Pedagogisch project + foto's

Afbeelding invoegen

In het pedagogisch project maken wij een onderscheid in de leeftijden van de jonge kinderen. 

Dagelijks zijn er bijna 50 kindjes aanwezig tussen 0 maanden en 2,5 à 3 jaar:

Afbeelding invoegen

Voor beide leeftijdsgroepen zijn er aparte leefruimtes, die het specifieke karakter van de doelgroepen ondersteunen. Deze aparte leefruimtes zijn visueel afgebakend zodat we in kleinere groepjes kunnen werken.

Het begeleidend personeel houdt rekening met de specifieke noden van elk kind en zorgt voor aangepaste activiteiten, zowel individueel als in groepjes. Stabiliteit en continuïteit worden verzekerd door een vaste en terugkerende dagindeling.

De diverse ruimtes en het pedagogisch materiaal is aangepast aan de psychomotorische en expressieve noden in de leeftijdsevolutie van het kind.

Wanneer het weer het toelaat zijn activiteiten in open lucht mogelijk in de tuin.

Uitzonderlijk en met uitdrukkelijke toelating van de ouders nemen de kinderen deel aan activiteiten buiten de kribbe (naar het bos, naar de grote zandoppervlakte een beetje verder in de Kaalheide, ...).

De directie en het personeel stellen zich voortdurend in de kennis van de psychologie, psychomotoriek en sociale vaardigheden van de kinderen. In de bijscholingen wordt ook aandacht besteed aan de relaties met ouders en begeleiders. Kind & Gezin organiseert op regelmatige basis studiedagen.

 Afbeelding invoegen

BABYBOX 


Afbeelding invoegen 

Afbeelding invoegen

 Afbeelding invoegen

Afbeelding invoegen Afbeelding invoegen  

Bij deze doelgroep wordt er vooral aandacht besteed aan het specifiek dagritme van elk kind.

Zowel slaapperiodes, type voeding, momenten van voeding, ontlasting worden van dag tot dag genoteerd en eventueel besproken met de ouders. Via een invulblad en in een mondeling contact met de begeleidster worden al deze facetten opgevolgd en besproken.

Er worden vaste verzorgingsmomenten ingevoerd (minstens 4 maal per dag), en daarnaast is de verzorging gekoppeld aan de individuele noden van het kind.

Afbeelding invoegen

Teneinde de baby’s stilaan structuur te geven verlopen de maaltijden volgens een vast schema (om 11u en 15u eten wij samen), met oog voor mogelijke uitzonderingen. 

Afbeelding invoegen

Er wordt veel aandacht besteed aan de overgangsmomenten tussen flessenvoeding en vaste voeding (groenten, aardappelen, fruitpap…), en de overstap naar zelfstandig eten. Het eten gebeurt steeds op een vaste plaats in de ruimte met aangepaste stoeltjes.

Kinderen kunnen voldoende rusten en slapen. Hiervoor zijn aparte ruimtes voorzien.

Afbeelding invoegen 

De individuele motorische ontwikkeling van elk kind krijgt voldoende beschermde ruimte. (rollen, wentelen, kruipen, stappen…). Er wordt aandacht besteed aan expressie zoals muziek. danspasjes,…) en nog veel meer.

BIEBELBOX 

Afbeelding invoegen  Afbeelding invoegen Afbeelding invoegen Afbeelding invoegen

De overstap naar deze leeftijdsgroep wordt bepaald door de mogelijkheid van het kind om zelfstandig te kunnen stappen en zelfstandig te eten.

De dagindeling verloopt veel strikter dan bij de jongste kinderen.

1. Eet- en rustmomenten zijn beter afgebakend en verlopen volgens een vast schema.
Om 11u en 15u eten wij samen + tussen 12u - 14u doen de kindjes hun middagdutje            

2. De zindelijkheidstraining vergt veel aandacht   

Afbeelding invoegen

3. De motorische ontwikkeling wordt in kleinere groepjes met gerichte activiteiten gestimuleerd. Deze ontwikkeling heeft betrekking op het leren bewegen en is in te delen in grove en fijne motoriek. Bij grove motoriek gaat het om grote lichamelijke bewegingen zoals rollen, lopen, dansen, balanceren, springen, et cetera. Bij fijne motoriek gaat het om de handmotoriek en andere (kleine) bewegingen zoals spreken en het bewegen van de ogen. Een goede motoriek is een belangrijke voorwaarde om samen te kunnen spelen. De basis voor de motoriek wordt gelegd in de eerste twee levensjaren, maar blijft zich ook daarna verder ontwikkelen. Het is belangrijk om kinderen in hun motorische ontwikkeling te (blijven) ondersteunen door middel van spel, bewegingsactiviteiten en bewegingsruimte, zowel binnen als buiten. Kinderen moeten zich vrij kunnen bewegen en hun energie kwijt kunnen.  

---------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Een kind wordt zindelijk tussen 2 en 5 jaar.

Zindelijk worden is een ontwikkelingsproces dat elk kind doormaakt op zijn eigen tempo. Ouder(s) en begeleider(s) hebben een ondersteunende rol: kijken of het kind eraan toe is, of het interesse heeft, het kind regelmatig herinneren om te gaan plassen, zorgen voor een goed potje, … 

Belangrijk is dat een kind rijp is om op het potje te gaan!

·Is een reflex
Een kind plast tot ongeveer 12 maanden automatisch bij een volle blaas.

·Meer ‘bewust’ plassen
Vanaf 12 maanden kan een kind bewuster het plassen op gang brengen of doen ophouden.

·Interesse voor plassen en stoelgang
Tijdens de peuterpuberteit krijgt een kind toenemende interesse voor wat te maken heeft met zindelijkheid: het wil meelopen naar het toilet met ouders, broer of zus, het kijkt geboeid als de wc wordt doorgetrokken, het wil zijn stoelgang zien die in de luier zit, het heeft interesse voor boekjes die gaan over het potje of stoelgang, ...
Interesse hebben voor zindelijkheid is een belangrijke stap om zindelijk te worden.

·Overdag zindelijk worden
Zindelijk worden gaat stap voor stap met ‘ongelukjes’ tussendoor. Het is zindelijk als het voelt dat het ’pipi’ of ‘kaka’ moet doen en dat doet op het potje of op het toilet.

Sommige ouders laten hun kind vroeger dan ze er klaar voor zijn hun behoefte doen op het potje. Het gaat dan eerder om het op regelmatige tijdstippen opvangen van urine of stoelgang. Het kind zal wel plassen bij het zien van het potje, maar het verschil met echt zindelijk worden is dat bij zindelijk worden het kind zelf aandrang voelt en dan gebruik maakt van het potje.

·’s Nachts zindelijk worden
Het kind zal ’s nachts meestal vanzelf droog blijven, nadat het een paar maanden overdag zindelijk is en het blaasvolume groot genoeg is om de urine van ’s nachts te bevatten.

Er zijn 3 voorwaarden waaraan het kind moet voldoen voordat het zindelijk kan worden:

1. Lichamelijk rijp zijn
Het kind voelt dat het moet plassen en is lichamelijk in staat de spieren rondom de blaas en de sluitspieren onder controle te houden. Meestal is dat zo als het kind droge periodes heeft van minimaal 2 uur.

2. Begrijpen
Het kind kan een verband leggen tussen aandrang voelen om te plassen en het potje. Het helpt als het voldoende begrijpt en zich beperkt kan uitdrukken met taal (bv. het kan duidelijk maken dat het moet plassen, het begrijpt woorden als potje, plassen, …).

3. Willen
Rond de leeftijd waarop het kind zindelijk wordt, zit het volop in zijn peuterpuberteit. Het ontdekt zijn eigen wil. Het koppig gedrag van het kind maakt het soms moeilijk.
 

TIPS:

·Het helpt niet om een kind minder te laten drinken om ’s nachts zindelijk te worden.
·Gewoon water drinken is het best. Frisdranken prikkelen de blaas meer.
·Blijft een kind de helft van de nachten droog, laat dan de luier weg.
·Moedig een kind aan met applaus, een sticker, … na een droge nacht.

--------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Begeleide activiteiten verlopen in functie van de seizoenen en volgens onze thema's.

 Afbeelding invoegen Afbeelding invoegen

Er is ook een grote TUIN aanwezig rondom het kinderdagverblijf waar we gebruik kunnen van maken. De tuin is nog niet helemaal afgemaakt met draad en omheining (maar dat komt nog). Verschillende glijbanen, grote speeltuigen, fietsjes, ballenbad, groot voetbadje voor tijdens de warme dagen, ... al het nodige is hier aanwezig.

Onze ligging aan de rand van Brussel brengt met zich mee dat kinderen met multiculturele achtergrond bij ons worden opgevangen. 

Wij werken met het DayCare-systeem:


De Vlaamse Regering legt ons wettelijk het gebruik 

 van het NEDERLANDS op als voertaal.