Zindelijkheid

Een kind wordt zindelijk tussen 2 en 5 jaar.

Zindelijk worden is een ontwikkelingsproces dat elk kind doormaakt op zijn eigen tempo. Ouder(s) en begeleider(s) hebben een ondersteunende rol: kijken of het kind eraan toe is, of het interesse heeft, het kind regelmatig herinneren om te gaan plassen, zorgen voor een goed potje, … 

Belangrijk is dat een kind rijp is om op het potje te gaan!

·Is een reflex
Een kind plast tot ongeveer 12 maanden automatisch bij een volle blaas.

·Meer ‘bewust’ plassen
Vanaf 12 maanden kan een kind bewuster het plassen op gang brengen of doen ophouden.

·Interesse voor plassen en stoelgang
Tijdens de peuterpuberteit krijgt een kind toenemende interesse voor wat te maken heeft met zindelijkheid: het wil meelopen naar het toilet met ouders, broer of zus, het kijkt geboeid als de wc wordt doorgetrokken, het wil zijn stoelgang zien die in de luier zit, het heeft interesse voor boekjes die gaan over het potje of stoelgang, ...
Interesse hebben voor zindelijkheid is een belangrijke stap om zindelijk te worden.

·Overdag zindelijk worden
Zindelijk worden gaat stap voor stap met ‘ongelukjes’ tussendoor. Een kind wordt zindelijk tussen 2 en 5 jaar. Het is zindelijk als het voelt dat het ’pipi’ of ‘kaka’ moet doen en dat doet op het potje of op het toilet.

Sommige ouders laten hun kind vroeger dan ze er klaar voor zijn hun behoefte doen op het potje. Het gaat dan eerder om het op regelmatige tijdstippen opvangen van urine of stoelgang. Het kind zal wel plassen bij het zien van het potje, maar het verschil met echt zindelijk worden is dat bij zindelijk worden het kind zelf aandrang voelt en dan gebruik maakt van het potje.

·’s Nachts zindelijk worden
Het kind zal ’s nachts meestal vanzelf droog blijven, nadat het een paar maanden overdag zindelijk is en het blaasvolume groot genoeg is om de urine van ’s nachts te bevatten.

Er zijn 3 voorwaarden waaraan het kind moet voldoen voordat het zindelijk kan worden:

1. Lichamelijk rijp zijn
Het kind voelt dat het moet plassen en is lichamelijk in staat de spieren rondom de blaas en de sluitspieren onder controle te houden. Meestal is dat zo als het kind droge periodes heeft van minimaal 2 uur.

2. Begrijpen
Het kind kan een verband leggen tussen aandrang voelen om te plassen en het potje. Het helpt als het voldoende begrijpt en zich beperkt kan uitdrukken met taal (bv. het kan duidelijk maken dat het moet plassen, het begrijpt woorden als potje, plassen, …).

3. Willen
Rond de leeftijd waarop het kind zindelijk wordt, zit het volop in zijn peuterpuberteit. Het ontdekt zijn eigen wil. Het koppig gedrag van het kind maakt het soms moeilijk.
 

TIPS:

·Het helpt niet om een kind minder te laten drinken om ’s nachts zindelijk te    
  worden.

·Gewoon water drinken is het best. Frisdranken prikkelen de blaas meer.

·Blijft een kind de helft van de nachten droog, laat dan de luier weg.

·Moedig een kind aan met applaus, een sticker, … na een droge nacht.